Dat had ik nog niet eerder gedaan: een wielerwedstrijd helpen begeleiden.
Het ging om de World University Championship Cycling 2008 in Nijmegen. Tegen drie uur parkeerden we de XLlen bij het Sportcentrum van de universiteit.
Eerst kregen we natuurlijk Instructie. Omdat we geen verkeersregelaars zouden zijn, hoefde dat niet van de politie te komen. Onze rol was het voor de renners uitrijden om te kijken of de weg vrij was, en zo niet, te zorgen dat hij dat werd.
We kregen te horen dat het de bedoeling was om ongeveer 100 meter voor de renner uit te rijden. En er werd precies uitgelegd waar je allemaal op moest letten, bijvoorbeeld bij het inhalen.
In elk geval mocht de fietser nooit last of juist gemak van je hebben. Je moest zorgen dat je de uitslag en de kansen van de deelnemers niet zou beinvloeden. Logisch.
Daarna gingen we in groepsverband de route rijden, om hem alvast eens gezien te hebben. Het ging om 35 kilometer, allemaal leuke weggetjes in de Ooijpolder en in Duitsland, en via Berg en Dal terug.
Toen was het even tijd om ons pakketje met broodjes, een reep en een appel leeg te eten, en te wachten op de start. Dat duurde wel even, want het werd uitgesteld vanwege omstandigheden op het parkoers. Maar dat gaf niet, we konden lekker in het gras zitten en het was mooi weer.
Uiteindelijk kwam er dan toch bericht dat er gestart ging worden, en de eerste motorrijders gingen klaar staan. Er moesten er telkens twee met draaiende motor gereed staan, en één daarvan moest dan gaan rijden op een teken met een vlag, elke minuut weer één omdat de renners startten met één minuut tussenpoos.
Ik had al een paar motorrijders te dicht bij hun renner zien komen doordat ze niet meteen vlot wegreden, maar even afwachtten of die er al aan kwam. Ik besloot die fout in elk geval niet te maken.
Eerst gaan rijden, onder de Waalbrug door en dan de Ooijpolder in, en of de renner volgde zou ik daar wel kunnen zien.
Ik moest ook kijken welke kleuren hij droeg (het was een man, de vrouwen waren al eerder gestart), zodat ik zou weten op welke deelnemer ik moest blijven letten.
Hij bleek een blauw pak te dragen en een rode helm. De fietsen en uitrustingen van de renners zagen er zo uit:

Het eerste stuk ging over de dijk, daar reden de renners vrij constant van snelheid, dan kon je mooi inregelen.
Maar het laatste stuk had hellingen, en omdat de finish dichtbij was kregen ze haast. Sommigen haalden in de afdalingen meer dan 70 per uur. Dan moest je dus erg goed kijken of je fietser niet te dichtbij kwam.
Ik hoorde achteraf van iemand dat hij zich had laten verrassen, en toen door zijn renner werd uitgevloekt omdat hij in de weg zat.
Kijk, dat was dus precies niet de bedoeling...
Zelf had ik onderweg geen problemen. Je moest erg veel in je spiegel kijken, want de snelheid kon behoorlijk varieren.
'Mijn' renner was redelijk snel, onderweg haalden we tweemaal een andere deelnemer in. Met één daarvan kon hij het kennelijk goed vinden, want hij reed zeker tien kilometer min of meer gelijk met hem op, zodat er een poosje twee motorrijders samen reden met twee wielrenners erachteraan.
Dat gaf niet, als er maar geen enkele renner in de slipstream van een ander of van een motorrijder reed.
Bij de finish moesten de fietsers linksaf en wij rechtsaf. Het was de bedoeling dat we die fietser (die tegen die tijd moe was, en waarschijnlijk gewend aan het achter een motorrijder aanrijden) naar links zouden wijzen met onze arm en met het knipperlicht.
Dat hielp ook wel eens niet: ik zag één van de renners blindelings achter zijn motorrijder aanrijden, de verkeerde kant op, zodat hij kostbare tijd verloor.
Daar zal hij achteraf wel van gebaald hebben.
Het was goed opletten, maar niet te moeilijk, en het was leuk om te doen.
Als toetje reden we over de dijk naar huis en dat was de afsluiting van een geslaagde dag.